HART voor de GGZ blog

FullSizeRender.jpeg

Hoe eenvoudig compassie kan zijn – gastblog van Rian Meulenbroeks

Het gaat er al weken over. En nu de runderlappen dan eindelijk in de reclame zijn, staat het op het menu. “Ik wil de uien wel schillen”, zegt Jannie. “Oh, zo lekker; hachee!” jubelt ze watertandend. Corrie snijdt het vlees: “Ik haal wel de witte randjes eraf hoor, want ik ben aan het lijnen.”

Natuurlijk heb ik even tijd

Terwijl er wordt gebraden, geroerd en gesnipperd, komt Jessica huilend binnen. Ze is overstuur. Of ik even tijd heb. Natuurlijk heb ik even tijd. Ik laat de keukenactiviteiten over aan Jannie, Corrie en Joop en loop met Jessica naar een rustig hoekje. De anderen leggen een kaartje, discussiëren of roken buiten.

Jessica is in paniek. Haar angstaanvallen en herbelevingen zijn zo heftig, dat ze er gek van wordt: “Ik slaap slecht, dool ‘s nachts door het huis, eet amper en voel me steeds meer overspannen.” Ik laat haar vertellen, stel af en toe een vraag maar laat de stiltes ook bestaan. Dan ben ik alleen present.

Het Trefpunt is haar redding

Jessica is als kind seksueel misbruikt en heeft jarenlang verdovende middelen gebruikt om zichzelf te kalmeren. Ze is afgekickt en heeft therapie gehad maar lang niet voldoende. Toch heeft ze te horen gekregen dat ze uitbehandeld is. Ze heeft regelmatig het gevoel dat ze op een kantelpunt staat en is dan bang dat ze de diepte weer in zal sodemieteren.

Door bezig te zijn, onder de mensen te verkeren en haar angsten en twijfels te delen, houdt Jessica zichzelf op de been. Ze leeft van dag naar dag. Soms gaat het oké, soms is ze wanhopig. “Het Trefpunt is mijn redding. Het Trefpunt en mijn vrijwilligerswerk bij de voedselbank.”

Aandacht en compassie

Voor veel bezoekers is het Trefpunt een oase in de maatschappelijke kermis, waar arrogantie, prestatiedrang en status de norm lijken. In het Trefpunt is er aandacht, compassie en wordt iedereen geaccepteerd om wie hij is, ongeacht zijn bagage. Iedereen zit min of meer in hetzelfde schuitje en die gemene deler is krachtig.

Die sfeer van inclusie maakt dat ook ik vaak het gevoel heb, dat er geen plek is waar mensen zo dicht bij zichzelf staan als hier. Hier geen verborgen agenda’s, geen gebakken lucht en geen pretenties. Daarvoor ontbreekt de energie en interesse. Het is wat het is, niet meer en niet minder. Samen eten is zo’n moment van verbinding.

“Oei, wat ruikt die hachee toch lekker,” zegt Jessica. “Zal ik de aardappels schillen?” De druk is van de ketel, ze heeft haar hart gelucht en heeft weer wat energie. En als we een paar uur later genieten van de hachee, hoor ik haar zelfs even lachen.

Rian Meulenbroeks werkt al ruim dertig jaar in de geestelijke gezondheidszorg (GGZ)
Momenteel bij het Trefpunt; een laagdrempelige voorziening in de wijk, waar veel psychisch kwetsbare en eenzame mensen komen. Ze zoeken een vinger aan de pols, een schouder om tegen te leunen en een duwtje in de rug.
Haar website vind je hier www.werkenmetgekken.nl

Lees meer
Remke van StaverenHoe eenvoudig compassie kan zijn – gastblog van Rian Meulenbroeks
verbinding.jpg

Verbinding maken – gastblog van Petra d’Huy

Gastblog van Petra d’Huy

“Eens even kijken”. De man tegenover mij bladert door mijn dossier. “Ja, ik zie het al. Je spiegel is 0,5 dus dat is gezien jouw situatie prima. Heb je nog genoeg in huis? Anders schrijf ik even een receptbriefje voor je uit”.

Ik had liever dat deze psychiater mij had gevraagd naar ‘hoe het nu met mij ging’. Het is het jaar 2000. Ik ben 26, zwanger van mijn eerste kindje en zit in de nasleep van mijn tweede psychose. In deze 7e maand van mijn zwangerschap is gebleken dat ik last heb van een bipolaire stoornis en ben ik op advies van de arts begonnen met Lithium. Natuurlijk had ik liever helemaal geen medicatie genomen vanwege de baby maar ik kon niet anders. “Beter een stabiele moeder dan een psychotische”. Ik kon hem geen ongelijk geven. Maar het knaagde wel aan mij dat ik door de pillen geen borstvoeding kon geven. Wat dit als aankomende moeder met je doet, werd mij niet gevraagd. Zelf durfde ik er niet over te beginnen. Ik mocht blij zijn dat ik nog zwanger was, na al die slaappillen die ik in mijn manische psychose naar binnen had gewerkt.

We zijn nu 18 jaar verder en ik heb al heel wat psychiaters, spv-ers en psychologen voorbij zien komen. Alle soorten en maten. Het valt niet mee om iedere keer je hart te luchten bij een onbekende. Maar als patiënt moet je wel, wil je de juiste zorg krijgen. Bij de ene hulpverlener gaat dat makkelijker dan bij de ander. Iedere slimmerik kan een studie tot psychiater volgen maar hoe je écht vertrouwen wekt en verbinding creëert kun je volgens mij niet leren. Dat heb je of dat heb je niet.

Mijn huidige psychiater heeft hét. Tijdens ons gesprek merkte hij op dat ik meer uit het leven kon halen dan dat ik deed. Ik legde mijzelf heel veel beperkingen op om maar een stabiele huismoeder te blijven. Veel ging ik de deur niet uit. Ik bleef liever veilig in mijn ‘comfort zone’. Maar deze man zag mij niet alleen als patiënt maar als geheel persoon met kwaliteiten. Langzaam heeft hij mij het vertrouwen gegeven om te kiezen voor een ander middel: Lamotrigine. In het begin dacht ik nog “ja, ja…die psychiaters willen alleen maar hun pillen slijten”, maar ik voelde steeds meer dat deze beste man het goed met mij voor had en mij de touwtjes in eigen handen wilde geven zodat ik mijn leven verder kon verrijken.

Ik ben veranderd van medicatie en voelde hoe mijn draagkracht groter werd. Uiteindelijk durfde ik mijn hart te volgen. Ik ben een website begonnen en mijn eerste blogs gaan schrijven. Op www.petraetcetera.com kun je mijn hele verhaal lezen maar ook andere ervaringen van lotgenoten, betrokkenen en behandelaars. Ook heb ik een besloten groep op Facebook opgericht waar nu zo’n 800 mensen elkaar steunen en zelf geef ik voorlichting binnen de ggz als ervaringsdeskundige. Ik ben zo blij dat mijn psychiater echt naar mij heeft geluisterd en mij heeft geholpen. Ik ben nu in staat om ook andere mensen te helpen en dat maakt mij een gelukkig mens!

Lees meer
Remke van StaverenVerbinding maken – gastblog van Petra d’Huy
IMG_6637.jpg

De tapijtlegger kwam langs

De tapijtlegger kwam langs. Dat verbaasde me, vooral omdat de vorige amper de hielen had gelicht en nog beloofd had snel terug te komen om een en ander af te werken. Wat er nu lag krulde op in de hoeken, slierten lijmresten van de plinten trekkend. Ook was hier en daar een vreemde bobbel achtergebleven, alsof het tapijt over in de haast vergeten gereedschap was gelegd.

Er ging geen dag voorbij of een van mijn patiënten struikelde wel over een hobbel hier of een bobbel daar.

Maar nu was er dus een nieuwe man in mijn deurpost verschenen. Ik bekeek hem wantrouwig. Net als de vorige was hij keurig in pak gestoken: nauwsluitend colbertje, felgekleurde das en de plichtmatige Alzheimer sokken onder een net iets te korte broek.

De man leek mijn aanwezigheid niet op te merken. Hij haalde een elektronisch meetapparaat tevoorschijn, richtte een trillend lichtpuntje op de muren en riep triomfantelijk: ‘Als ik het niet dacht! Precies één vierkante meter!’

‘Ja, maar’ sputterde ik krachteloos tegen, ‘het is wel mijn vierkante meter!’

De man deed net of hij me niet gehoord had: ‘Nou mevrouwtje, hier is dan uw gloednieuwe, kamerbrede state of the art VBHC-vloerbedekking. Voldoet aan alle nieuwe eisen die de zorgverzekeraar aan de werkvloer gesteld heeft.’

Met een plof liet een van zijn werkmannen een rol tapijt voor mijn voeten vallen: ‘Tekent u even voor ontvangst?’

‘Wááát? Gaat u hem niet uitrollen dan?’ vroeg ik verbouwereerd.

‘Uitrollen? Kom, kom,’ suste hij, ‘daar kunnen we niet aan beginnen hoor! Wij zijn ingehuurd om dit kwalitatief hoogstaand product af te leveren. Uitrollen doet de zorgverlener zelf. Dat is het nieuwe werken, dat zou u toch zo langzamerhand moeten weten.’

‘Maar, maar, ik heb een volle agenda vandaag. De rest van de week ook trouwens. Eigenlijk altijd. En ik neem ook waar voor twee collega’s die burn-out thuis zitten. Waar haal ik de tijd vandaan?’

‘Tja. Moeilijk,’ zei de man meelevend, terwijl hij een blik op zijn Rolex wierp. ’Neemt u dat vooral op met uw leidinggevende. Maar kom, ik moet verder. Fijne dag.’ En weg was hij.

‘En al die tapijten die hier al liggen dan?’ riep ik hem achterna. ‘Wat moet ik daarmee? Ik heb hier Lean liggen, Six Sigma, Hostmanship, Agile, zelfsturing, en nu krijg ik ook nog dit hoogpolig Value Based Health Care!’ Ik stormde de gang op: ‘En Delta T dan? Wat moet ik met de Delta T doen?’

Het was aan dovemans oren gericht. Aan het einde van de gang zag ik nog net een paar Alzheimer sokken de hoek om gaan.

Blog van Remke van Staveren, ook gepubliceerd op de site van Arts en Auto

Lees meer
Remke van StaverenDe tapijtlegger kwam langs
9.-Prestige.jpg

Apart – gastblog Bas-Joren Olbertz

Onderstaande blog is van Bas-Joren, die mij spontaan vroeg of hij een keer voor HART voor de GGZ mocht bloggen:

‘Door mijn blog (en deze onder mijn eigen naam uit te brengen) hoop ik het stigma dat er rust op de psychiatrie tegen te gaan en anderen te helpen die in een zelfde situatie zitten als ik. Op www.basjorenolbertz.nl schrijf ik iedere maandag een nieuw blog over mijn ervaringen in de psychiatrie. ‘

Dank voor je prachtige tekst en mooie wens, Bas-Joren!

Apart

Ik kan het niet ontkennen.
Ik ben samen met anderen anders.

Wij ‘psychoten’ denken de hele dag na en maken onszelf het daar soms onnodig lastig mee.
Wij hebben moeite met de kleinste veranderingen.
Wij zien gevaren in dingen, waar anderen juist plezier aan beleven.
Wij schrikken soms van het minste of geringste.
Wij hebben vaak bevestiging nodig.

Soms hebben wij hulp nodig bij de ‘normaalste zaken’ in het leven.
Bijvoorbeeld bij het doen van boodschappen, een bezoek aan de kapper, of tandarts.

Hoe wij ons voelen?

Wij zijn voornamelijk bang.
Bang om buiten de boot te vallen, niet mee te kunnen draaien in ‘the circus of life’.

Maakt ons dat minderwaardig?
Verdienen wij het om als ‘gekken’ weg gezet te worden?

Laat ik het omdraaien, het positief benaderen.
Je mag best weten dat wij ‘anders denkenden’ soms erg tegen ‘normaal denkenden’ opkijken.

Waar wij tegen opkijken?

Wij hebben respect voor jullie manier van leven.
Wij zijn stiekem jaloers op alle ‘leuke’ dingen die jullie aan het doen zijn.
Wij willen ook graag, maar kunnen vaak niet.
Niet omdat we niet willen, maar omdat de stemmen in ons hoofd het tegenhouden.

Wat als?

Zou het niet fantastisch zijn als we juist gezamenlijk een aanpak bedenken?
Wij ‘anders denkenden’ en jullie ‘normaal denkenden’ in één team?

Zouden onze problemen dan een stukje dragelijker worden?
Zouden wij iets van jullie kunnen leren?
En jullie wellicht iets van ons?
Zou de wereld er dan niet een stuk mooier uitzien?
Zou het stigma op de psychiatrie dan verdwijnen?
Zouden psychische problemen dan niet sneller opgelost kunnen worden?

Wat nou als wij niet langer ‘anders’ zijn, maar een wezenlijk onderdeel van de maatschappij?
Wat nou als, ook wij, de kansen kregen op de arbeidsmarkt?
Wat nou als werkgevers leerden rekening te houden met ‘beperkingen’?
Zouden onze creatieve eigenschappen dan niet bijdragen aan een betere wereld?

Wellicht is het grootheidswaanzin, deze zinnen.
Vergeef mij, dat past bij mijn ziektebeeld.

Maar wat als het dat niet is?
Wat als we een beetje ons best zouden doen met z’n allen?
Zouden we dan samen één kunnen zijn?

Een puntje voor mijn psycholoog, zo besluit ik mijn gedachtegang.

Lees meer
Remke van StaverenApart – gastblog Bas-Joren Olbertz