HART voor de GGZ blog

IMG_7706.jpg

Het ‘nee’ van Tjeenk Willink: hoe dan?

Nee!, zeggen we massaal tegen de voorgenomen wet BIG II. Nee!, zeggen we tegen het onethische en onwetenschappelijke ROM-data verzamelen in de ggz. Nee, zeggen we tegen alle overbodige administratie en onzinnige regels in de zorg…

De tendens is duidelijk, de maat is vol.

Zelfs de immer kreukvrije minister van staat Tjeenk Willink riep zorgverleners begin dit jaar op om in verzet te komen tegen het marktdenken in de zorg (lees hier het prachtige interview met hem in Medisch Contact).

Nee zeggen? Verzet plegen? 

Persoonlijk houd ik meer van ja-zeggen: ja op goede zorg,  ja op werken vanuit compassie. Maar de dagen van roeping, van onbaatzuchtige zorg á la Florence Nightingale, van minister Hugo de Jonge ‘s  ‘je werkt in de zorg om te dienen, niet om te verdienen’ zijn lang vervlogen (als ze al bestonden ? ).

Ja kan soms niet zonder een krachtig nee.

Ik geloof in de kracht van het individu. Van het ‘kies een standpunt en blijf daarbij’. Dit is ons werk. Wie in de zorg werkt, wil dienen, én er zijn boterham mee verdienen. We willen bovendien met plezier kunnen blijven werken. Geen baas-boven-baas verpleegkundigen, eindeloze ROM-vragenlijsten afnemen of bergen met onzinnige administratie als het niet primair om betere zorg gaat, maar eigenlijk om een verkapte bezuiniging.

Kies een standpunt en blijf daarbij. Tja, makkelijker gezegd dan gedaan. Hoe dan? De praktijk is altijd weerbarstig. Zeker als er geld en / of macht bij gemoeid is.

Voorbeeld uit de praktijk

Laat ik een voorbeeld uit de praktijk geven. Amper twee werkdagen op mijn nieuwe werkplek binnen een grote GGZ-instelling ontving ik van een administratief medewerker van de afdeling compliance een mail met daarin vijfendertig namen. Of ik als nieuwe regiebehandelaar van genoemde patiënten zo snel mogelijk het triageformulier wil invullen. Het heeft haast want sinds de vorige psychiater zich burn-out heeft gemeld, zijn er geen triageformulieren meer ingevuld.

Eerst even een paar dingen uitleggen. Een administratief medewerker? Ja, iemand die ergens op een centrale plek achter een computer zit, maar in ieder geval niet op de werkvloer, want daar is ze enkele jaren daarvoor als secretaresse wegbezuinigd.

Dan de afdeling compliance.

Wat in hemelsnaam is een afdeling compliance?! Voor zorgverleners betekent compliance letterlijk ‘volgzaamheid aan de regels’. De patiënt die medicatie niet volgens voorschrift inneemt, zou non-compliant zijn. Een concept waar we in de zorg al jaren geleden afstand van hebben genomen. We doen liever aan gezamenlijke besluitvorming en eigen regie. Binnen het door Tjeenk Willink geschetste marktdenken betekent compliance ‘het door werknemers strikt naleven van de geldende wet- en regelgeving binnen een organisatie’.

Semantiek? Helaas niet. Want anders dan de ondersteunende functie die onze afdelingssecretaresse altijd had, heeft de medewerkster van de afdeling compliance tot taak te controleren of wij, zorgprofessionals, ons wel netjes aan de regels houden, lees: wel keurig alles invullen en afvinken.

Een triageformulier?

Een triageformulier is een korte vragenlijst (open vragen, geen afvinken) met de centrale vraag of het DBC-zorgproduct wel met een jaar verlengd moet worden. Daartoe moeten patiëntgebonden gegevens opgestuurd worden zoals een beschrijvende diagnose en de reden van verlenging. Al met al een kleine tien minuten per formulier mits – mits! – de dossiers goed zijn bijgehouden. Dat zijn ze meestal niet.

Waar gaan al die privacygevoelige gegevens zonder medeweten, laat staan toestemming, van de patiënt naar toe? Wie beoordeelt of de DBC inderdaad met een jaar verlengd mag worden? Toch niet de administratief medewerkster van de afdeling compliance? De zorgverzekeraar dan?! Nee, natuurlijk niet. Maar wie dan wel?

Goede vragen, schrijft de administratief medewerkster van de afdeling compliance me terug. Tja, zij weet het eigenlijk ook niet. Of ik mijn vragen bij mijn leidinggevende wil ‘neerleggen’ maar ondertussen wel die vijfendertig – het zijn er inmiddels zevenendertig – formulieren wil invullen? Het heeft haast want ‘we kunnen zo niet verder’. Het valt me op dat ze de mailwisseling inmiddels heeft ge-cc ’t naar haar en mijn leidinggevenden.

Kafkaësk

Het liefst zou ik nu een minutieus Kafkaësk relaas doen van de eindeloze mailwisseling die met dit verzet ontstond. Hoe er steeds dringender mailtjes zowel van ‘onder’ als van ‘boven’ kwamen, er steeds hoger in het echelon geplaatste managers en directeuren bedrijfsvoering ‘toevallig’ bij me langs kwamen om ‘even te kijken hoe het gaat’, maar niemand antwoord kon geven op mijn vragen.

En de zorg? De zorg ging ondertussen gewoon door. Zonder ingevulde triageformulieren.

Ontregeldezorg

Maanden gingen voorbij. Ik hield voet bij stuk. Het aantal in te vullen triageformulieren liep rap op tot zesenzeventig. En toen gebeurde er een wonder. Ik kreeg hulp van buitenaf. De VVAA – godbless – ontketende de actie Ontregeldezorg.

Het duurde niet lang of het hoofd van de afdeling compliance – inmiddels een goede bekende – kwam bij me langs met een geweldig idee: ‘Weet je wat we doen Remke, we schaffen het triageformulier gewoon af! Kijken wat er gebeurt…’

Er gebeurde natuurlijk helemaal niets. De zon kwam op. De zon ging onder. De zorg ging door. En DBC’s die verlengd moesten worden, werden gewoon verlengd. Met één pennenstreek was het triageformulier instellingsbreed afgeschaft, *poef*, WEG.

En de zorg? Ja, de zorg. Met één formulier minder kwamen er ineens tien kostbare minuten per regiebehandelaar, per patiënt, per jaar, aan zorgtijd en zorggeld vrij. Ra ra.

Zeg JA! op goede zorg

En het mooiste is, dan kom je in verzet, dan houd je voet bij stuk, dan komt het moment dat je gelijk krijgt, en dan zeggen ‘ze’ ineens: ja, maar dit was altijd al onze bedoeling! Prima. Prima. Alles voor goede zorg en ons werkplezier.

Wees geen Calimero, zeg JA! op goede zorg. Veel succes!

 

Lees meer
Remke van StaverenHet ‘nee’ van Tjeenk Willink: hoe dan?
Frank.jpg

Een betere GGZ? Jij – ja jij! – maakt het verschil.

Binnenkort doen maar liefst 32 GGZ-teams van over het hele land mee aan de Socialrun. Een non-stop estafetteloop van ruim 555 kilometer in 48 uur, met als doel de bespreekbaarheid en begrip rondom psychische aandoeningen te bevorderen. In 2017 is ruim 68.000 euro toegekend aan 30 nieuwe, kleinschalige projecten. Weten welke? Je vindt ze hier.

Een fantastisch initiatief! En meedoen is winnen. Maar hoeveel mensen weten dat dit ooit het idee was van één man? Dat één iemand het verschil kan maken?

De man achter dit geweldige initiatief is Frank Bonekamp. Frank, van oorsprong bewegingsagoog en later casemanager bij een Forensisch ACT-team, wilde graag bijdragen aan herstelondersteunend werken in de ggz. Maar hoe? Op een dag had hij een idee: een sponsorloop. Zes jaar later is de Socialrun uitgegroeid tot een landelijk evenement. Hoezo heeft een enkeling geen invloed? Hoezo ben je te klein om iets te veranderen?

Ik weet niet hoe het jullie vergaat, maar als ik zie wat voor …eh… uitdagingen de GGZ voor staat, denk ik vaak vertwijfeld: ‘Wie ben ik? Wat kan ik nou? Als ik paperclips nodig heb moet ik al een aanvraag in drievoud indienen, bij wijze van spreken. Wachttijden? Een cultuuromslag? Pffff, laat een ander het maar oplossen. Iemand met invloed, de manager zorg, directeur behandelzaken, CEO van die grote GGZ-instelling en de staatssecretaris. Maar ik? Doei.

En dan zie ik weer wat Frank voor elkaar heeft gekregen, en al die andere mensen die zich dagelijks met hart en ziel inzetten voor een betere GGZ, dan denk ik: het klopt niet. Persoonlijk leiderschap, aan het roer staan en de eigen koers bepalen: jij en ik maken het verschil. Het zijn de grote, en de kleine dingen. Iedereen kan bijdragen. (Inspiratie nodig? Ik heb onlangs op deze site vlogs geplaatst van onze pitchavond HART voor HERSTEL)

En wil je bijdragen aan de Socialrun? Graag! Sponsor je lievelingsteam. Een betere, herstelondersteunende GGZ? Wij gaan er voor!

Lees meer
Remke van StaverenEen betere GGZ? Jij – ja jij! – maakt het verschil.
de-6-dingen.jpg

Dit zijn de 6 dingen die je kunt doen voor een betere GGZ

Begin september. Aan de start van wat gevoelsmatig een nieuw werkjaar is, ben je misschien vol goede voornemens van vakantie teruggekomen. Ik ga het voortaan zus doen, ik ga het voortaan zo aanpakken. Misschien ga je je baan wel opzeggen, het over een heel andere boeg gooien. Prima! Als je maar weet dat ook jij invloed hebt, sowieso op je eigen m2. Wij bepalen de cultuur, wij vormen de organisatie, wij zijn de GGZ. Werken met HART voor de GGZ? Hoe vaak hoor ik wel niet: ‘Ja, maar wie ben ik? Wat kan ik nou? Ik heb geen invloed…’ Onzin! Je bent Calimero niet!

Dit zijn de zes dingen die jij en ik vandaag al kunnen doen:

  1. Neem verantwoordelijkheid

Vind je ook dat de ggz beter kan? Wil je herstelondersteunend werken? Ga dan aan de slag! Waar je ook werkt, wat je ook doet, we zijn allemaal verantwoordelijk voor de kwaliteit van zorg en kunnen allemaal ons steentje bijdragen, hoe bescheiden of groots ook.

  1. Begin met het waarom (compassie)

‘Wat’ willen we bereiken? We willen mensen met psychische klachten helpen herstellen. ‘Waarom?’ Vanuit compassie. We voelen ons betrokken bij pijn en lijden, willen deze pijn en dit lijden helpen verlichten en zijn bereid ons daarvoor in te zetten. Voelen én doen.

  1. Zorg ook goed voor jezelf en elkaar (zelfcompassie)

Compassie begint met zelfcompassie. Laten we goed voor onszelf zorgen. En voor elkaar. Ook de organisatie waar we voor werken moet goed voor ons zorgen, en wij voor de organisatie. Dan kunnen we ook goed voor de cliënt en zijn naasten zorgen. En daar gaat het om.

  1. Hoe? Behandel de ander zoals je zelf behandeld wilt worden.

Hoe lever je zorg die zinnig, zuinig, maar bovenal zorgzaam is? Een mooie leidraad is: behandel de ander zoals jezelf behandeld wilt worden. Vraag het je cliënt, zijn naasten of de ervaringsdeskundige. En durf ‘burgerlijk ongehoorzaam’ te zijn als je denkt dat je cliënt daarbij gebaat is.

  1. Vertrouwen, vrijheid en verantwoordelijkheid.

We willen – tot op zekere hoogte – zelf kunnen beslissen wat nodig is, samen met de cliënt en zijn naasten. Meer vertrouwen, vrijheid en verantwoordelijkheid betekent minder controle, regels en administratie, meer tijd en meer plezier in ons werk. En dat levert weer goede zorg op.

  1. Ga gewoon aan de slag: ‘doe dan!’

Laten we vooral niet te lang blijven steken in: ’hoe dan?’ Dat is een valkuil. Van dromen en denken wordt de zorg niet beter. Wel van durven en doen. Kleine dingen maken al een groot verschil. Grote dingen komen daar uit voort.

Een cultuuromslag zit hem in de grote dingen: de structuur van een organisatie, werken vanuit compassie, meer vrijheid, vertrouwen en verantwoordelijkheid voor werkers in de zorg. Maar cultuur bestaat vooral ook uit al die “kleine” dingen: écht luisteren naar de cliënt en zijn naasten, present zijn, attent zijn, de juiste vragen stellen, met elkaar samenwerken. Jij en ik, wij maken het verschil. Het gaat om doen.

Lees meer
Remke van StaverenDit zijn de 6 dingen die je kunt doen voor een betere GGZ

Voorbij het meetbare

‘We meten van alles, behalve wat echt telt. Cijfers – over productiviteit, ziekteverzuim, inkomsten, uitgaven, personeelsverloop – geven een illusie van controle. Maar wat zeggen die cijfers over datgene wat zorg tot goede zorg maakt? Over wat het geheim is van een succesvolle organisatie? Zaken die écht van belang zijn, lijken ongrijpbaar.’ Wijze woorden van de succesvolle Amerikaanse onderneemster Margaret Heffernan tijdens haar TED-talk ‘Voorbij het meetbare’ uit 2016.

Zaken die écht van belang zijn, lijken ongrijpbaar.

Met dat ongrijpbare, dat niet-meetbare, wordt vaak de cultuur bedoeld. De cultuur van een organisatie is dat wat iedereen doet, de vele kleine handelingen, allerlei gewoontes en keuzes, die op hun beurt gebaseerd zijn op hoe we denken en spreken over de dingen. En dat is belangrijk om ons te realiseren.

Wij bepalen de cultuur, wij zijn de organisatie.

Maar de cultuur wordt ook bepaald door de structuur. Willen we de cultuur veranderen, dan moeten we ons ook richten op de structuur, dus op de organisatie van zorg. Veel organisaties hebben een traditionele hiërarchische structuur, de beruchte pyramide. Een top-down structuur moet de organisatie beter bestuurbaar en beheersbaar maken.

‘In werkelijkheid,’ zegt Heffernan, ‘verslechtert een top-down systeem de positie van de meeste werknemers en draagt het de boodschap uit: jij staat onderaan de ladder en hebt niets te zeggen.’ Dat dit niet bevorderlijk is voor een open, rechtvaardige cultuur ligt voor de hand. Hoe groter de hiërarchie, des te minder zijn medewerkers bereid om eigen initiatief te tonen, of durven ze dit niet. Zo ontstaat er een angstcultuur.

Voordat je het weet is binnen een hiërarchische structuur elke vorm van samenwerking en communicatie geformaliseerd: ‘Nee sorry, niet mijn taak.’ ‘Paperclips? Daarvoor moet je bij de afdeling inkoop zijn. Het bestelformulier vind je op intranet.’ Wat ook niet klopt is dat juist de mensen die verantwoordelijk zijn voor de inhoud van zorg, de zorgprofessionals, onderaan de pikorde staan.

Dat klopt, zegt Heffernan, maar wil je de cultuur veranderen, richt je dan niet alleen op de structuur. Grote programma’s die een cultuurverandering moeten brengen, hebben een faalkans van maar liefst 70%. We moeten het hebben van kleine zaken – echt luisteren, vragen stellen, samenwerken – én grote zaken: werken vanuit compassie, meer vrijheid, vertrouwen, verantwoordelijkheid. Al die dingen bij elkaar maken het verschil. En iedereen heeft invloed, of je nu bestuurder, ICT-medewerker, verpleegkundige of schoonmaker bent.

Het zijn de grote dingen (de structuur van een organisatie, werken vanuit compassie, vrijheid, vertrouwen, verantwoordelijkheid) en de “kleine” dingen (écht luisteren, vragen stellen, samenwerken) die het hem doen.

Zie dat maar eens te meten.

Deze tekst verscheen eerder – in iets andere vorm – in het boek HART voor HERSTEL (de Tijdstroom, 2018)

Een aanrader:

Lees meer
Remke van StaverenVoorbij het meetbare