Nieuwste blogs

eerste-exemplaar-minder-slikken-voor-Irene-van-de-Giessen-scaled.jpg

Eerste exemplaar Minder Slikken

Het eerste exemplaar van mijn boek Minder Slikken is voor niemand minder dan de geweldige Irene van de Giessen.

Dit is waarom:

“In het bijzonder draag ik dit boek op aan mijn vriendin Irene van de Giessen, die na een dramatische jeugd lang worstelde met ernstige psychiatrische klachten. In plaats van de beschrijvende diagnose ‘Irene is extra gevoelig voor psychose na een traumatische jeugd’ kreeg zij te horen dat ze aan schizofrenie lijdt en nooit meer beter zou worden. Irene heeft meer dan twintig jaar psychofarmaca gebruikt. Dat hielp haar aanvankelijk, maar later steeds minder. Tegenwoordig is ze gestopt met medicatie en psychisch hersteld, maar kampt ze wel met ernstige lichamelijke gevolgen van langdurig psychofarmacagebruik.”

Over Hersteltalent gesproken, Irene is tegenwoordig ervaringsdeskundige, bestuurder van Stichting Hersteltalent en lid van de Raad van Toezicht van GGZ inGeest. Dat is toch ongelooflijk?!!

Lees meer
Remke van StaverenEerste exemplaar Minder Slikken
Illustratie-Minder-Slikken-Slik-trouw-je-pillen.jpg

Wie is de baas over de pillen?

‘Ik krijg een hoge dosis clozapine en heb ontzettend last van bijwerkingen. Daarom wil ik minderen met de medicatie maar dat mag niet van mijn psychiater. Ik wil dit graag verantwoord en met steun doen maar ik voel me in de steek gelaten en vraag me af wie hier nou de baas is over wat ik slik? Mijn huisarts zegt dat ik naar mijn psychiater moet luisteren.’ Zomaar een vraag op het online spreekuur van PsychoseNet.nl.

Wie is de baas over de pillen?

Een goede vraag: wie is de baas over de pillen? Is dat de voorschrijvend arts of verpleegkundig specialist? Of is dat degene die de pillen moet slikken?

Nog niet zo lang geleden was de boodschap aan mensen met een ernstige psychiatrische stoornis: ‘Heb niet teveel verwachtingen, slik trouw je pillen en vermijd stress.’ Een weinig hoopvol perspectief dat hoognodig aan herziening toe is. Hoe anders wordt het als we niet focussen op het koste wat kost weghouden van klachten, maar inzetten op verbetering van iemands kwaliteit van leven.

Ook aan herziening toe is het begrip therapietrouw.

Gewillig en blijvend opvolgen

Therapietrouw betekent dat een patiënt de door een arts voorgeschreven behandeling ‘gewillig en blijvend opvolgt’. De patiënt die braaf het advies opvolgt van de arts en trouw inneemt wat de dokter aan medicatie voorschrijft, dat is toch niet meer van deze tijd? We zouden toch samen beslissen?

Eén baas

Er is maar één iemand de baas als het gaat om het al dan niet starten, ophogen dan wel afbouwen, en stoppen van medicatie: de persoon zelf. Een verpleegkundig specialist, arts of psychiater geeft professioneel advies, maar de cliënt beslist.

Op dat recht op zelfbeschikking zijn maar weinig uitzonderingen. De eerste uitzondering is als iemand medicatie wil waarvoor geen indicatie is of die potentieel schadelijk is. Dat komt vooral voor bij verslavende medicatie als slaap- en kalmeringsmiddelen, stimulerende middelen en opiaten.

De tweede uitzondering is wanneer er gevaar of ‘ernstig nadeel’ dreigt dat alleen met medicatie weggenomen kan worden en de situatie voldoet aan de criteria die beschreven staan in de Wet verplichte ggz of de Wet zorg en dwang.

In alle andere gevallen – het kan niet genoeg benadrukt worden – is iemand zelf de baas over de medicatie!

_______________________________________________________________________

Tot slot nog dit: Ik ben niet vóór of tegen medicatie, ik ben vóór goede zorg. Slik zo min mogelijk en zo kort mogelijk, maar wel zo veel en zo lang als nodig is. Als psychofarmaca bij de juiste indicatie en in de juiste dosering zijn voorgeschreven, en op tijd weer afgebouwd worden, kunnen ze iemand enorm helpen. In september verschijnt mijn boek Minder Slikken, dat de cliënt de kennis en regie geeft over verantwoord afbouwen.

Illustratie: Pascalle van Vliet

Lees meer
Remke van StaverenWie is de baas over de pillen?
Illustratie-Je-komt-een-stofje-tekort.jpg

De geniale mythe van het ‘stofje tekort’

Nog niet zo lang geleden (nu nog?!) kreeg je te horen dat je psychische klachten hebt omdat je een stofje tekort komt in de hersenen. Een tekort aan serotonine (bij depressie) of teveel aan dopamine (bij psychose) zou de klachten verklaren. En dat je pillen nodig hebt om dat bepaald stofje aan te vullen, dan wel te blokkeren. Soms levenslang.

Klinkt dit te mooi om waar te zijn? Het is ook niet waar. De rol van het zogenaamde serotonine tekort bij depressie werd deze week – voor de zoveelste keer – ontmaskerd.

Het ‘stofje tekort verhaal’ is een pijnlijke simplificatie dat in de jaren negentig door de farmaceutische industrie de wereld in is geholpen.

De geniale mythe van het ‘stofje tekort’

Het ‘stofje tekort’-verhaal was een uitgekiende marketingstrategie van de farmaceutische industrie. Onder de reclameleus ‘Prozac, voor de kleur van het leven’ richtte het Amerikaanse bedrijf Eli Lilly zich in 1998 direct tot de consument: ‘Als je klinisch depressief bent, dan kan het gebeuren dat de hoeveelheid serotonine (een chemische stof in je lichaam) afneemt. Om je serotonine weer op niveau te brengen, schrijven artsen tegenwoordig Prozac voor.’

De boodschap van de farmaceut? ‘Je hebt een ernstig probleem, wij kennen de oorzaak én we hebben de oplossing: slik deze pil en herstel het chemisch evenwicht in je brein.’

De kwalijke mythe van het ‘stofje tekort’

Artsen namen de reclameboodschap van de farmaceutische industrie gretig over. De uitleg over de werking van een antidepressivum werd er simpel en doeltreffend van: ‘U hebt een antidepressivum nodig om een tekort aan boodschapperstof in de hersenen aan te vullen, zoals insuline dat doet bij suikerziekte.’

Kort door de bocht

Té kort door de bocht, bleek achteraf. Bij mensen bleef de boodschap hangen dat ze levenslang moesten blijven slikken omdat ze een stofje in de hersenen tekort hadden (inderdaad, zoals insuline bij diabetes). Zonder dat stofje zouden ze weer angstig en depressief worden. Het gevolg is dat veel mensen onnodig antidepressiva blijven innemen en bang zijn om af te bouwen, zo blijkt uit een promotieonderzoek uit 2015 naar langdurig en onnodig antidepressivagebruik in de huisartspraktijk.

Hoe zit het wel?

Hoe zit het wél met neurotransmitters en psychische klachten? Het klinkt aannemelijk: als mensen met een depressie opknappen van een middel dat de hoeveelheid serotonine verhoogt, dan is er kennelijk een serotoninetekort. En als mensen met een psychose opknappen van een middel dat dopamine blokkeert, dan komt psychose door een teveel  aan dopamine. Toch? Zo simpel is het helaas niet.

Mensen zijn complex

Ja, psychofarmaca helpen bij de juiste indicatie en in de juiste hoeveelheid (een beetje). In ieder geval iets beter dan placebo (een neppil). Maar hoe dan?

Veranderingen in het neurotransmittersysteem in de hersenen zijn heel complex. Mensen zijn heel complex. Ook aanleg en omstandigheden zoals trauma spelen een belangrijke rol bij het ontstaan van psychische klachten. We weten nog steeds niet precies hoe het zit.

Toch is het goed dat je weet dat het hebben van psychische klachten geen kwestie is van een stofje tekort of juist te veel, omdat je anders misschien wel gelooft dat je dat stofje de rest van je leven met pillen moet aanvullen dan wel blokkeren. Dat is niet zo.

Uitzonderingen daargelaten is het verstandig om psychofarmaca tijdig af te bouwen.

_______________________________________________________________________

Tot slot nog dit: Ik ben niet vóór of tegen medicatie, ik ben vóór goede zorg. Slik zo min mogelijk en zo kort mogelijk, maar wel zo veel en zo lang als nodig is. Als psychofarmaca bij de juiste indicatie en in de juiste dosering zijn voorgeschreven, en op tijd weer afgebouwd worden,  kunnen ze iemand enorm helpen. In september verschijnt mijn boek Minder Slikken, dat de cliënt de kennis en regie geeft over verantwoord afbouwen.

Illustratie: Pascalle van Vliet

Lees meer
Remke van StaverenDe geniale mythe van het ‘stofje tekort’
a-L1110401-scaled.jpg

Pitchavond Minder Slikken

Op vrijdagavond 30 september organiseer ik samen met Astare de Minder Slikken Pitchavond.

In Nederland slikken meer dan 3 miljoen mensen psychofarmaca. Te veel, te lang en in gevaarlijke combinaties. Dat moet en kan anders. Laat je deze avond inspireren door pitches van 15 bevlogen ervaringsdeskundigen en deskundigen-met-ervaring over het hoe en waarom van verantwoord afbouwen.

Op de ‘Hart voor Herstel’ zeepkist:

Remke van Staveren, psychiater, auteur Minder Slikken
Peter C Groot, ervaringsdeskundige, afbouwexpert
Irene van de Giessen, ervaringsdeskundige, Hersteltalent
Harald Schneider, psychiater
Ewout Kattouw, ervaringsdeskundige
Heleen Wadman, ervaringsdeskundige
Klazine Tuinier, ervaringsdeskundige
Alexandra Beunders, psychiater in opleiding, onderzoeker
Pascalle van Vliet, ervaringsdeskundige
Ariane de Ranitz, psychiater
Nanette Waterhout, ervaringsdeskundige
Peter Oud, sociaal psychiatrisch verpleegkundige
Mirte Visscher, psychiatrisch verpleegkundige
Peter Pierik, ervaringsdeskundige
Peter Moleman, psychofarmacoloog

Bij de prijs van € 15 zit het boek Minder Slikken inbegrepen. Na de pitches drinken we samen een borrel.

Waar?

Utrecht, Lange Nieuwstraat 10

Voor wie?

Zorgprofessionals, ervaringsdeskundigen & patiënten

Kosten

€15 Betalen bij aankomst
Lees meer
Remke van StaverenPitchavond Minder Slikken