HART voor de GGZ blog

IMG_5963.jpg

Is de GGZ nog steeds op sterven na dood?

In oktober 2016 publiceerde ik de blog ‘De GGZ is op sterven na dood’. De boodschap – de GGZ is ontoegankelijk en disfunctioneel – bleek een gevoelige snaar te raken. Mijn vraag: wat is er in die twee jaar verbeterd? 

Ik had laatst een woedende huisarts aan de lijn. Wat bleek? Hij had maanden geleden zijn patiënte naar onze GGZ-instelling gestuurd vanwege een ernstige depressie. Patiënte kwam op de wachtlijst van het zorgprogramma ‘stemming en angst’. Dat duurde zó lang dat ze, inmiddels de wanhoop nabij, zich ‘suïcidaal uitte’.  Of de huisarts haar naar de crisisdienst wilde verwijzen? De crisisdienst reageerde gepikeerd – hoezo crisis, het beeld bestond toch al maanden? –  maar ging uiteindelijk overstag en beoordeelde patiënte thuis. Geen crisis, wel een verdenking op een psychotische stoornis, of de huisarts haar naar het VIP-team (Vroege Interventie Psychose) wilde verwijzen?

Kafka verbleekt erbij.

De GGZ. Als je als patiënt niet helemaal aan het ideale aanmeldplaatje voldoet – en wie doet dat wel? –  kom je er tegenwoordig maar moeilijk in. Je bent te jong (naar wijkteam van de gemeente), te oud (naar team ouderen psychiatrie), hebt de verkeerde postcode (naar een ander team), bent niet ernstig genoeg (naar de basis GGZ), krijgt naast je depressie (team angst- en stemming) een psychose (naar team psychotische stoornissen). Of je krijgt het label ‘persoonlijkheidsstoornis’ (naar de POH-GGZ van de huisarts).

De GGZ. Je zult er maar werken. Het ene jaar moet het zus, het volgende jaar zit het zo. Want als de zorgverzekeraars na een jaar – alweer! – met nieuwe eisen komen, luiden die onvermijdelijk de zoveelste reorganisaties bij de GGZ-instellingen in.  Als medewerker krijg je keer op keer te horen dat het niet anders kan, dat ‘als we er niet in meegaan, we straks failliet gaan en helemaal geen zorg meer kunnen bieden!’ Met de onderliggende boodschap: ‘En dat wil jij toch niet op je geweten hebben?’

Nee zeg, het failliet gaan van de GGZ, dat wil ik zeker niet op mijn geweten hebben. Daarom schrijf ik ook deze blog. De GGZ is op sterven na dood. De huisarts is woedend, de patiënt gefrustreerd en de medewerker gedemoraliseerd. Het wordt hoog tijd dat de GGZ doet wat ze haar patiënten adviseert: voor zichzelf opkomen. Zeg ‘nee’ tegen alweer nieuwe eisen van politiek en zorgverzekeraars, weiger de zoveelste reorganisatie, en ga van matige zorg nu eens daadwerkelijk over naar zorg op maat.

Lees meer
Remke van StaverenIs de GGZ nog steeds op sterven na dood?
langdurige-zorg.jpg

Weg wachtlijsten GGZ

Wachtlijsten in de GGZ? Ik weet een oplossing. Echt.

Maar eerst even een wel héél opmerkelijk onderzoek dat afgelopen week onder de titel ‘Stop het defaitisme rond chronische patiënten’ in de Psychiater verscheen. GGZ-instelling GGNet heeft het afgelopen jaar bijna duizend patiënten met een ernstige psychiatrische aandoening opnieuw tegen het licht gehouden. Wat blijkt? Een op drie patiënten kon verder herstellen, een op vijf kreeg een andere behandelaar en veertig mensen konden zelfs per direct ontslagen worden.

Laat dat even bezinken. Een op drie ‘chronische’ patiënten kan verder herstellen! Een deel kan per direct uit de GGZ ontslagen worden! Dat is toch fan-tas-tisch! Bel de staatssecretaris!

Maar, maar, hóe dan?!

De resultaten van het onderzoek in een notendop: in totaal zijn 967 patiënten opnieuw onderzocht, door middel van grondig dossieronderzoek en gesprekken. Bij 51 procent van de onderzochte patiënten leverde dit nieuwe inzichten op. 35 procent kreeg een nieuwe diagnose, 27 procent zelfs een nieuwe hoofddiagnose. Daarop bleek de behandeling vaak niet meer passend bij de diagnose.

Bestuurder-psychiater Kees Lemke over deze her-diagnostiek: ‘Verstandelijke beperking, trauma’s, verslaving, autisme: het komt allemaal vaker voor dan we dachten. Dat zie je als je een niveau dieper kijkt dan de DSM-labels. Dan blijkt iemand niet op te knappen omdat hij de behandeling niet snapt, omdat een verslaving de therapie ondermijnt, of omdat een trauma herstel in de weg zit. Bovendien maakten kinder- en jeugdpsychiaters ons erop attent dat autisme vaak wordt gemist vanwege atypische psychotische symptomen. Maar die kunnen wel degelijk bij autisme optreden als gevolg van overbelasting.’

Ja, zal de criticus tegenwerpen, maar dit geldt toch zeker alleen voor GGNet. En trouwens, 967 patiënten. Poeh hé, waar hebben we het over, dat is toch amper representatief voor de hele GGZ?

Was het maar waar. Lemke: ‘Alle bestuurders van de zestien instellingen die participeren in het actieplatform Herstel voor iedereen , waar ook GGNet bij aangesloten is, herkennen het defaitisme rond chronische patiënten. Op het Voorjaarscongres hebben we een presentatie gegeven. Daarna was het doodstil. Een psychiater zei: “Ik denk dat het klopt en ik schaam me kapot”.’

Het klopt. Als zelfstandig psychiater kom ik bij GGZ-instellingen over het hele land. Het probleem dat GGNet hier schetst – en de moed heeft om aan te pakken en er zelfs over te publiceren! – speelt GGZ-breed. Een bestuurder als Lemke zegt het diplomatiek: er zijn ‘hiaten in de biografie’, er ontbreekt ‘een zekere logica tussen de diagnose en de medicatie’ en we nemen ‘vanwege de enorme toestroom van patiënten én de dalende financiering minder de tijd’.

Mijn ervaring? Biografieën die ooit op papier zijn gezet, zijn niet in het EPD overgenomen en ontbreken bij de meeste patiënten geheel. Diagnoses en behandeltrajecten zijn vaak gedecimeerd tot een nietszeggend ‘cliënt is bekend met schizofrenie’ en ‘cliënte heeft een jarenlange voorgeschiedenis bij de GGZ’. Alsof dat alles verklaart. Laatst stuurde een andere instelling mij een patiënt en een eenregelige verwijsbrief: ‘Begeleiding vanuit ons team was minimaal, controle op toestandsbeeld en medicatiegebruik.’ Chronische patiënten gebruiken medicatie in hoeveelheden en in combinaties die in geen enkele richtlijn staan. Velen staan letterlijk stijf van de bijwerkingen. Niemand durft af te bouwen.

Wachtlijsten in de GGZ? Start goede zorg rond chronische patiënten. Gedegen, persoonlijke diagnostiek. Een passend behandelaanbod gericht op herstel in de meest brede zin van het woord. Gebruik ervaringskennis. Geen ‘eerste APK’ na twintig jaar, maar jaarlijks evalueren met de patiënt en zijn naasten, vanuit de vraag: hoe kunnen we verder herstel ondersteunen?

Hoezo nemen we minder tijd? We moeten niet sneller, of meer, maar slimmer werken. Kwaliteit levert tijd op. Naast gezondheid, tevredenheid, en niet te vergeten voldoening in ons werk. Zoiets hardop zeggen roept veel weerstand op, ook dat herken ik. Het is een inconvenient truth. Behandelaren voelen zich bedreigd: ‘doen we het niet goed dan?’ en ‘we willen onze patiënten geen valse hoop geven’. Een manager sputterde laatst tegen: ‘Dus jij wilt een derde van onze FACT-patiënten laten herstellen en uitschrijven? Maar dan lopen we binnen de kortste tijden toch weer vol?’

Precies.

Deze blog verscheen eerder op de site van Skipr.

 

Lees meer
Remke van StaverenWeg wachtlijsten GGZ
sinaasappelsap.jpg

Compassie is doen

Marijke Groot was ernstig depressief en is daarvan hersteld. Over haar opname in een kliniek schrijft ze:

‘Ik vertel de psychiater huilend dat ik mijn kinderen mis. En mijn man. En mijn huis. En mijn versgeperste sinaasappelsap. Ondanks mijn gehuil en zelfmedelijden hebben we best een goed gesprek. Twee dagen later spreek ik de psychiater opnieuw. Wéér gehuil. Wederom een goed gesprek. Het gesprek is afgelopen en ik verlaat haar kamer. Ze roept me terug. Ik vraag me af waarom. Ze geeft me een beker. Vol met versgeperste sinaasappelsap: ‘Op de toekomst.’ Ik ben sprakeloos.’

Wat heeft een beker versgeperste sinaasappelsap met compassie te maken? Alles. Compassie, ofwel mededogen, is het vermogen om je betrokken te voelen bij pijn en lijden, zowel bij jezelf als bij anderen. Je hebt de wens om deze pijn en dit lijden te verlichten en wil daarvoor verantwoordelijkheid nemen: de essentie van zorg. Vaak is compassie een werkwoord, en moet je doen. Maar soms juist iets niet doen. Compassie zit niet alleen in grootse gebaren, maar ook – en misschien zelfs vooral – in kleine attenties.

Is compassie in de verzakelijkte zorg verloren geraakt? Nee, maar wel naar de achtergrond gedrongen. Compassie is een houding van waaruit het ‘juiste’ handelen voortkomt, een houding die de balans tussen ziel en zakelijkheid, tussen zinnig, zuinig en zorgzaam, weer kan herstellen. Hoe kunnen we die gevoelde compassie in de praktijk brengen? Juist in deze tijd? Daarover gaat dit hoofdstuk.

Het geheim van geluk

Mensen bezitten allemaal het vermogen tot compassie. Vanaf het ontstaan van de mensheid zijn wij gericht op overleven en daardoor erg gevoelig voor het ontvangen en het geven van zorg. Veel van ons beseffen maar al te goed hoe kwetsbaar we zijn en dat wij vroeg of laat ook hulp nodig hebben. Als we compassie beoefenen, voelen we ons bovendien vaak ook gelukkiger. De boeddhistisch religieuze leider de Dalai Lama zegt hierover: ‘Het bijzondere is dat onze eigen pijn afneemt als we alleen al nadenken over het verlichten van de pijn van een ander. Compassie is het ware geheim van geluk.’

Waarom is compassie het ware geheim van geluk? ‘Geluksprofessor’ Ernst Bohlmeijer en Monique Hulsbergen, beiden psycholoog, geven daar in hun prachtige boek Compassie als sleutel tot geluk (2015) een helder antwoord op: ‘Omdat er zonder compassie voor jezelf en voor anderen geen liefde kan zijn. Liefde groeit op momenten dat mensen hun kwetsbaarheid durven te laten zien. Kwetsbaarheid laten zien stelt anderen in staat om compassie te tonen, er voor iemand te zijn en iemand te geven wat hij of zij nodig heeft. Dat schept verbondenheid, de basis van geluk.’

Alles van waarde

Maar wacht eens even… Stel dat compassie inderdaad de essentie van zorg is, ja zelfs ‘het ware geheim van geluk’, waarom staat compassie dan in geen enkele zorgrichtlijn of kwaliteitsstandaard als basisvoorwaarde voor goede zorg? Waarom is compassie niet een belangrijk waardegedreven ‘inkoopcriterium’ voor de zorgverzekeraar? En worden zorgverleners bij hun sollicitatie wél beoordeeld op diploma’s en referenties, maar niet op hun vermogen tot compassie? Het antwoord laat zich raden: compassie is ongrijpbaar, moeilijk meetbaar, en dan is het net of het er niet toe doet.

Lucebert dichtte er al over: ‘Alles van waarde is weerloos.’

Het gekke is dat we thuis geen enkel bewijs nodig hebben om overtuigd te zijn van de ‘werking’ van onze liefde voor elkaar en onze kinderen. Ons huidige zorgstelsel daarentegen is volledig gericht op tastbare, beheersbare zinnige en vooral zuinige zorg. Maar laten we vooral niet vergeten dat zorg, het woord zegt het al, bovenal zorgzaam moet zijn.

Ga maar na: hoe wil jij behandeld worden als je zelf ziek bent? Welke zorgverlener hoop jij aan te treffen als een dierbaar familielid hulp nodig heeft? Wil je écht iemand die alleen maar ‘zinnig en zuinig’ met je omgaat? Of heb je liever een attente, compassievolle psychiater die je op z’n tijd een spreekwoordelijk glas sinaasappelsap aanreikt? Geef mij maar iemand die deskundig is, dus zijn of haar vak verstaat, maar die ook oog heeft voor wie ik ben en wat ik nodig heb, iemand die daarnaar durft te handelen, zelfs als dat om welke reden ook, zogenaamd ‘niet mag’.

Behandel de ander zoals jezelf behandeld wilt worden. Zo simpel is het.

Eerder gepubliceerd in: HART voor HERSTEL, Remke van Staveren, de Tijdstroom 2018

Lees meer
Remke van StaverenCompassie is doen