Nieuwste blogs

de-6-dingen.jpg

Dit zijn de 6 dingen die je kunt doen voor een betere GGZ

Begin september. Aan de start van wat gevoelsmatig een nieuw werkjaar is, ben je misschien vol goede voornemens van vakantie teruggekomen. Ik ga het voortaan zus doen, ik ga het voortaan zo aanpakken. Misschien ga je je baan wel opzeggen, het over een heel andere boeg gooien. Prima! Als je maar weet dat ook jij invloed hebt, sowieso op je eigen m2. Wij bepalen de cultuur, wij vormen de organisatie, wij zijn de GGZ. Werken met HART voor de GGZ? Hoe vaak hoor ik wel niet: ‘Ja, maar wie ben ik? Wat kan ik nou? Ik heb geen invloed…’ Onzin! Je bent Calimero niet!

Dit zijn de zes dingen die jij en ik vandaag al kunnen doen:

  1. Neem verantwoordelijkheid

Vind je ook dat de ggz beter kan? Wil je herstelondersteunend werken? Ga dan aan de slag! Waar je ook werkt, wat je ook doet, we zijn allemaal verantwoordelijk voor de kwaliteit van zorg en kunnen allemaal ons steentje bijdragen, hoe bescheiden of groots ook.

  1. Begin met het waarom (compassie)

‘Wat’ willen we bereiken? We willen mensen met psychische klachten helpen herstellen. ‘Waarom?’ Vanuit compassie. We voelen ons betrokken bij pijn en lijden, willen deze pijn en dit lijden helpen verlichten en zijn bereid ons daarvoor in te zetten. Voelen én doen.

  1. Zorg ook goed voor jezelf en elkaar (zelfcompassie)

Compassie begint met zelfcompassie. Laten we goed voor onszelf zorgen. En voor elkaar. Ook de organisatie waar we voor werken moet goed voor ons zorgen, en wij voor de organisatie. Dan kunnen we ook goed voor de cliënt en zijn naasten zorgen. En daar gaat het om.

  1. Hoe? Behandel de ander zoals je zelf behandeld wilt worden.

Hoe lever je zorg die zinnig, zuinig, maar bovenal zorgzaam is? Een mooie leidraad is: behandel de ander zoals jezelf behandeld wilt worden. Vraag het je cliënt, zijn naasten of de ervaringsdeskundige. En durf ‘burgerlijk ongehoorzaam’ te zijn als je denkt dat je cliënt daarbij gebaat is.

  1. Vertrouwen, vrijheid en verantwoordelijkheid.

We willen – tot op zekere hoogte – zelf kunnen beslissen wat nodig is, samen met de cliënt en zijn naasten. Meer vertrouwen, vrijheid en verantwoordelijkheid betekent minder controle, regels en administratie, meer tijd en meer plezier in ons werk. En dat levert weer goede zorg op.

  1. Ga gewoon aan de slag: ‘doe dan!’

Laten we vooral niet te lang blijven steken in: ’hoe dan?’ Dat is een valkuil. Van dromen en denken wordt de zorg niet beter. Wel van durven en doen. Kleine dingen maken al een groot verschil. Grote dingen komen daar uit voort.

Een cultuuromslag zit hem in de grote dingen: de structuur van een organisatie, werken vanuit compassie, meer vrijheid, vertrouwen en verantwoordelijkheid voor werkers in de zorg. Maar cultuur bestaat vooral ook uit al die “kleine” dingen: écht luisteren naar de cliënt en zijn naasten, present zijn, attent zijn, de juiste vragen stellen, met elkaar samenwerken. Jij en ik, wij maken het verschil. Het gaat om doen.

Lees meer
Remke van StaverenDit zijn de 6 dingen die je kunt doen voor een betere GGZ

Voorbij het meetbare

‘We meten van alles, behalve wat echt telt. Cijfers – over productiviteit, ziekteverzuim, inkomsten, uitgaven, personeelsverloop – geven een illusie van controle. Maar wat zeggen die cijfers over datgene wat zorg tot goede zorg maakt? Over wat het geheim is van een succesvolle organisatie? Zaken die écht van belang zijn, lijken ongrijpbaar.’ Wijze woorden van de succesvolle Amerikaanse onderneemster Margaret Heffernan tijdens haar TED-talk ‘Voorbij het meetbare’ uit 2016.

Zaken die écht van belang zijn, lijken ongrijpbaar.

Met dat ongrijpbare, dat niet-meetbare, wordt vaak de cultuur bedoeld. De cultuur van een organisatie is dat wat iedereen doet, de vele kleine handelingen, allerlei gewoontes en keuzes, die op hun beurt gebaseerd zijn op hoe we denken en spreken over de dingen. En dat is belangrijk om ons te realiseren.

Wij bepalen de cultuur, wij zijn de organisatie.

Maar de cultuur wordt ook bepaald door de structuur. Willen we de cultuur veranderen, dan moeten we ons ook richten op de structuur, dus op de organisatie van zorg. Veel organisaties hebben een traditionele hiërarchische structuur, de beruchte pyramide. Een top-down structuur moet de organisatie beter bestuurbaar en beheersbaar maken.

‘In werkelijkheid,’ zegt Heffernan, ‘verslechtert een top-down systeem de positie van de meeste werknemers en draagt het de boodschap uit: jij staat onderaan de ladder en hebt niets te zeggen.’ Dat dit niet bevorderlijk is voor een open, rechtvaardige cultuur ligt voor de hand. Hoe groter de hiërarchie, des te minder zijn medewerkers bereid om eigen initiatief te tonen, of durven ze dit niet. Zo ontstaat er een angstcultuur.

Voordat je het weet is binnen een hiërarchische structuur elke vorm van samenwerking en communicatie geformaliseerd: ‘Nee sorry, niet mijn taak.’ ‘Paperclips? Daarvoor moet je bij de afdeling inkoop zijn. Het bestelformulier vind je op intranet.’ Wat ook niet klopt is dat juist de mensen die verantwoordelijk zijn voor de inhoud van zorg, de zorgprofessionals, onderaan de pikorde staan.

Dat klopt, zegt Heffernan, maar wil je de cultuur veranderen, richt je dan niet alleen op de structuur. Grote programma’s die een cultuurverandering moeten brengen, hebben een faalkans van maar liefst 70%. We moeten het hebben van kleine zaken – echt luisteren, vragen stellen, samenwerken – én grote zaken: werken vanuit compassie, meer vrijheid, vertrouwen, verantwoordelijkheid. Al die dingen bij elkaar maken het verschil. En iedereen heeft invloed, of je nu bestuurder, ICT-medewerker, verpleegkundige of schoonmaker bent.

Het zijn de grote dingen (de structuur van een organisatie, werken vanuit compassie, vrijheid, vertrouwen, verantwoordelijkheid) en de “kleine” dingen (écht luisteren, vragen stellen, samenwerken) die het hem doen.

Zie dat maar eens te meten.

Deze tekst verscheen eerder – in iets andere vorm – in het boek HART voor HERSTEL (de Tijdstroom, 2018)

Een aanrader:

Lees meer
Remke van StaverenVoorbij het meetbare
IMG_5963.jpg

Is de GGZ nog steeds op sterven na dood?

In oktober 2016 publiceerde ik de blog ‘De GGZ is op sterven na dood’. De boodschap – de GGZ is ontoegankelijk en disfunctioneel – bleek een gevoelige snaar te raken. Mijn vraag: wat is er in die twee jaar verbeterd? 

Ik had laatst een woedende huisarts aan de lijn. Wat bleek? Hij had maanden geleden zijn patiënte naar onze GGZ-instelling gestuurd vanwege een ernstige depressie. Patiënte kwam op de wachtlijst van het zorgprogramma ‘stemming en angst’. Dat duurde zó lang dat ze, inmiddels de wanhoop nabij, zich ‘suïcidaal uitte’.  Of de huisarts haar naar de crisisdienst wilde verwijzen? De crisisdienst reageerde gepikeerd – hoezo crisis, het beeld bestond toch al maanden? –  maar ging uiteindelijk overstag en beoordeelde patiënte thuis. Geen crisis, wel een verdenking op een psychotische stoornis, of de huisarts haar naar het VIP-team (Vroege Interventie Psychose) wilde verwijzen?

Kafka verbleekt erbij.

De GGZ. Als je als patiënt niet helemaal aan het ideale aanmeldplaatje voldoet – en wie doet dat wel? –  kom je er tegenwoordig maar moeilijk in. Je bent te jong (naar wijkteam van de gemeente), te oud (naar team ouderen psychiatrie), hebt de verkeerde postcode (naar een ander team), bent niet ernstig genoeg (naar de basis GGZ), krijgt naast je depressie (team angst- en stemming) een psychose (naar team psychotische stoornissen). Of je krijgt het label ‘persoonlijkheidsstoornis’ (naar de POH-GGZ van de huisarts).

De GGZ. Je zult er maar werken. Het ene jaar moet het zus, het volgende jaar zit het zo. Want als de zorgverzekeraars na een jaar – alweer! – met nieuwe eisen komen, luiden die onvermijdelijk de zoveelste reorganisaties bij de GGZ-instellingen in.  Als medewerker krijg je keer op keer te horen dat het niet anders kan, dat ‘als we er niet in meegaan, we straks failliet gaan en helemaal geen zorg meer kunnen bieden!’ Met de onderliggende boodschap: ‘En dat wil jij toch niet op je geweten hebben?’

Nee zeg, het failliet gaan van de GGZ, dat wil ik zeker niet op mijn geweten hebben. Daarom schrijf ik ook deze blog. De GGZ is op sterven na dood. De huisarts is woedend, de patiënt gefrustreerd en de medewerker gedemoraliseerd. Het wordt hoog tijd dat de GGZ doet wat ze haar patiënten adviseert: voor zichzelf opkomen. Zeg ‘nee’ tegen alweer nieuwe eisen van politiek en zorgverzekeraars, weiger de zoveelste reorganisatie, en ga van matige zorg nu eens daadwerkelijk over naar zorg op maat.

Lees meer
Remke van StaverenIs de GGZ nog steeds op sterven na dood?