Nieuwste blogs

langdurige-zorg.jpg

Weg wachtlijsten GGZ

Wachtlijsten in de GGZ? Ik weet een oplossing. Echt.

Maar eerst even een wel héél opmerkelijk onderzoek dat afgelopen week onder de titel ‘Stop het defaitisme rond chronische patiënten’ in de Psychiater verscheen. GGZ-instelling GGNet heeft het afgelopen jaar bijna duizend patiënten met een ernstige psychiatrische aandoening opnieuw tegen het licht gehouden. Wat blijkt? Een op drie patiënten kon verder herstellen, een op vijf kreeg een andere behandelaar en veertig mensen konden zelfs per direct ontslagen worden.

Laat dat even bezinken. Een op drie ‘chronische’ patiënten kan verder herstellen! Een deel kan per direct uit de GGZ ontslagen worden! Dat is toch fan-tas-tisch! Bel de staatssecretaris!

Maar, maar, hóe dan?!

De resultaten van het onderzoek in een notendop: in totaal zijn 967 patiënten opnieuw onderzocht, door middel van grondig dossieronderzoek en gesprekken. Bij 51 procent van de onderzochte patiënten leverde dit nieuwe inzichten op. 35 procent kreeg een nieuwe diagnose, 27 procent zelfs een nieuwe hoofddiagnose. Daarop bleek de behandeling vaak niet meer passend bij de diagnose.

Bestuurder-psychiater Kees Lemke over deze her-diagnostiek: ‘Verstandelijke beperking, trauma’s, verslaving, autisme: het komt allemaal vaker voor dan we dachten. Dat zie je als je een niveau dieper kijkt dan de DSM-labels. Dan blijkt iemand niet op te knappen omdat hij de behandeling niet snapt, omdat een verslaving de therapie ondermijnt, of omdat een trauma herstel in de weg zit. Bovendien maakten kinder- en jeugdpsychiaters ons erop attent dat autisme vaak wordt gemist vanwege atypische psychotische symptomen. Maar die kunnen wel degelijk bij autisme optreden als gevolg van overbelasting.’

Ja, zal de criticus tegenwerpen, maar dit geldt toch zeker alleen voor GGNet. En trouwens, 967 patiënten. Poeh hé, waar hebben we het over, dat is toch amper representatief voor de hele GGZ?

Was het maar waar. Lemke: ‘Alle bestuurders van de zestien instellingen die participeren in het actieplatform Herstel voor iedereen , waar ook GGNet bij aangesloten is, herkennen het defaitisme rond chronische patiënten. Op het Voorjaarscongres hebben we een presentatie gegeven. Daarna was het doodstil. Een psychiater zei: “Ik denk dat het klopt en ik schaam me kapot”.’

Het klopt. Als zelfstandig psychiater kom ik bij GGZ-instellingen over het hele land. Het probleem dat GGNet hier schetst – en de moed heeft om aan te pakken en er zelfs over te publiceren! – speelt GGZ-breed. Een bestuurder als Lemke zegt het diplomatiek: er zijn ‘hiaten in de biografie’, er ontbreekt ‘een zekere logica tussen de diagnose en de medicatie’ en we nemen ‘vanwege de enorme toestroom van patiënten én de dalende financiering minder de tijd’.

Mijn ervaring? Biografieën die ooit op papier zijn gezet, zijn niet in het EPD overgenomen en ontbreken bij de meeste patiënten geheel. Diagnoses en behandeltrajecten zijn vaak gedecimeerd tot een nietszeggend ‘cliënt is bekend met schizofrenie’ en ‘cliënte heeft een jarenlange voorgeschiedenis bij de GGZ’. Alsof dat alles verklaart. Laatst stuurde een andere instelling mij een patiënt en een eenregelige verwijsbrief: ‘Begeleiding vanuit ons team was minimaal, controle op toestandsbeeld en medicatiegebruik.’ Chronische patiënten gebruiken medicatie in hoeveelheden en in combinaties die in geen enkele richtlijn staan. Velen staan letterlijk stijf van de bijwerkingen. Niemand durft af te bouwen.

Wachtlijsten in de GGZ? Start goede zorg rond chronische patiënten. Gedegen, persoonlijke diagnostiek. Een passend behandelaanbod gericht op herstel in de meest brede zin van het woord. Gebruik ervaringskennis. Geen ‘eerste APK’ na twintig jaar, maar jaarlijks evalueren met de patiënt en zijn naasten, vanuit de vraag: hoe kunnen we verder herstel ondersteunen?

Hoezo nemen we minder tijd? We moeten niet sneller, of meer, maar slimmer werken. Kwaliteit levert tijd op. Naast gezondheid, tevredenheid, en niet te vergeten voldoening in ons werk. Zoiets hardop zeggen roept veel weerstand op, ook dat herken ik. Het is een inconvenient truth. Behandelaren voelen zich bedreigd: ‘doen we het niet goed dan?’ en ‘we willen onze patiënten geen valse hoop geven’. Een manager sputterde laatst tegen: ‘Dus jij wilt een derde van onze FACT-patiënten laten herstellen en uitschrijven? Maar dan lopen we binnen de kortste tijden toch weer vol?’

Precies.

Deze blog verscheen eerder op de site van Skipr.

 

Lees meer
Remke van StaverenWeg wachtlijsten GGZ
sinaasappelsap.jpg

Compassie is doen

Marijke Groot was ernstig depressief en is daarvan hersteld. Over haar opname in een kliniek schrijft ze:

‘Ik vertel de psychiater huilend dat ik mijn kinderen mis. En mijn man. En mijn huis. En mijn versgeperste sinaasappelsap. Ondanks mijn gehuil en zelfmedelijden hebben we best een goed gesprek. Twee dagen later spreek ik de psychiater opnieuw. Wéér gehuil. Wederom een goed gesprek. Het gesprek is afgelopen en ik verlaat haar kamer. Ze roept me terug. Ik vraag me af waarom. Ze geeft me een beker. Vol met versgeperste sinaasappelsap: ‘Op de toekomst.’ Ik ben sprakeloos.’

Wat heeft een beker versgeperste sinaasappelsap met compassie te maken? Alles. Compassie, ofwel mededogen, is het vermogen om je betrokken te voelen bij pijn en lijden, zowel bij jezelf als bij anderen. Je hebt de wens om deze pijn en dit lijden te verlichten en wil daarvoor verantwoordelijkheid nemen: de essentie van zorg. Vaak is compassie een werkwoord, en moet je doen. Maar soms juist iets niet doen. Compassie zit niet alleen in grootse gebaren, maar ook – en misschien zelfs vooral – in kleine attenties.

Is compassie in de verzakelijkte zorg verloren geraakt? Nee, maar wel naar de achtergrond gedrongen. Compassie is een houding van waaruit het ‘juiste’ handelen voortkomt, een houding die de balans tussen ziel en zakelijkheid, tussen zinnig, zuinig en zorgzaam, weer kan herstellen. Hoe kunnen we die gevoelde compassie in de praktijk brengen? Juist in deze tijd? Daarover gaat dit hoofdstuk.

Het geheim van geluk

Mensen bezitten allemaal het vermogen tot compassie. Vanaf het ontstaan van de mensheid zijn wij gericht op overleven en daardoor erg gevoelig voor het ontvangen en het geven van zorg. Veel van ons beseffen maar al te goed hoe kwetsbaar we zijn en dat wij vroeg of laat ook hulp nodig hebben. Als we compassie beoefenen, voelen we ons bovendien vaak ook gelukkiger. De boeddhistisch religieuze leider de Dalai Lama zegt hierover: ‘Het bijzondere is dat onze eigen pijn afneemt als we alleen al nadenken over het verlichten van de pijn van een ander. Compassie is het ware geheim van geluk.’

Waarom is compassie het ware geheim van geluk? ‘Geluksprofessor’ Ernst Bohlmeijer en Monique Hulsbergen, beiden psycholoog, geven daar in hun prachtige boek Compassie als sleutel tot geluk (2015) een helder antwoord op: ‘Omdat er zonder compassie voor jezelf en voor anderen geen liefde kan zijn. Liefde groeit op momenten dat mensen hun kwetsbaarheid durven te laten zien. Kwetsbaarheid laten zien stelt anderen in staat om compassie te tonen, er voor iemand te zijn en iemand te geven wat hij of zij nodig heeft. Dat schept verbondenheid, de basis van geluk.’

Alles van waarde

Maar wacht eens even… Stel dat compassie inderdaad de essentie van zorg is, ja zelfs ‘het ware geheim van geluk’, waarom staat compassie dan in geen enkele zorgrichtlijn of kwaliteitsstandaard als basisvoorwaarde voor goede zorg? Waarom is compassie niet een belangrijk waardegedreven ‘inkoopcriterium’ voor de zorgverzekeraar? En worden zorgverleners bij hun sollicitatie wél beoordeeld op diploma’s en referenties, maar niet op hun vermogen tot compassie? Het antwoord laat zich raden: compassie is ongrijpbaar, moeilijk meetbaar, en dan is het net of het er niet toe doet.

Lucebert dichtte er al over: ‘Alles van waarde is weerloos.’

Het gekke is dat we thuis geen enkel bewijs nodig hebben om overtuigd te zijn van de ‘werking’ van onze liefde voor elkaar en onze kinderen. Ons huidige zorgstelsel daarentegen is volledig gericht op tastbare, beheersbare zinnige en vooral zuinige zorg. Maar laten we vooral niet vergeten dat zorg, het woord zegt het al, bovenal zorgzaam moet zijn.

Ga maar na: hoe wil jij behandeld worden als je zelf ziek bent? Welke zorgverlener hoop jij aan te treffen als een dierbaar familielid hulp nodig heeft? Wil je écht iemand die alleen maar ‘zinnig en zuinig’ met je omgaat? Of heb je liever een attente, compassievolle psychiater die je op z’n tijd een spreekwoordelijk glas sinaasappelsap aanreikt? Geef mij maar iemand die deskundig is, dus zijn of haar vak verstaat, maar die ook oog heeft voor wie ik ben en wat ik nodig heb, iemand die daarnaar durft te handelen, zelfs als dat om welke reden ook, zogenaamd ‘niet mag’.

Behandel de ander zoals jezelf behandeld wilt worden. Zo simpel is het.

Eerder gepubliceerd in: HART voor HERSTEL, Remke van Staveren, de Tijdstroom 2018

Lees meer
Remke van StaverenCompassie is doen
IMG_4469-e1532781758418.jpg

Geen psychiater tekort, maar GGZ teveel

Er schijnt een groot tekort aan psychiaters te zijn. 721 om precies te zijn. Dat schrijft althans Medisch Contact, dat sinds jaar en dag een arbeidsmarktmonitor bijhoudt aan de hand van alle opstaande vacatures per beroepsgroep. Psychiaters spannen hierin al jaren de kroon. Eind 2016 was er een record van 721 vacatures op 3614 psychiaters (20%). Maar u leest het goed: ik denk dat dat schijn is. Er is geen tekort aan psychiaters. Er zijn geen vacatures.

Wat is er dan wel aan de hand?

Om dat te illustreren neem ik u even mee naar mijn werkplek bij een grote GGZ-instelling. Ik heb onlangs bijgehouden wat ik zoal doe op een dag. Na het ochtendoverleg heb ik 11 patiënten gezien, waaronder 2 huisbezoeken, een RM beoordeling, overleg met een woningbouwvereniging over geluidsoverlast, 2x een boze apotheek aan de lijn gehad omdat de recepten nog niet binnen waren, 2 bezorgde families gesproken, 3 DBC’s verlengd, 9 recepten geschreven, 2 telefoontjes uit de kliniek beantwoord, en dat alles natuurlijk geadministreerd en geregistreerd. Toen ik om half zes de recepten wilde faxen heb ik daar een dik half uur over gedaan omdat onze secretaresse onlangs is wegbezuinigd en ik alle faxnummers met de hand moest invoeren. Op het moment dat ik de deur achter me op slot deed, was het gebouw uitgestorven. Kortom, niets bijzonders. Ons dagelijks werk.

Maar dan dit.

Onlangs stuitte ik op intranet op mijn persoonlijke ‘chain of command’. Ik had er tot dan toe nog nooit zo bij stilgestaan, maar ik bleek maar liefst 5 (!) leidinggevenden te hebben. Indrukwekkend. Gelukkig stonden er foto’s bij, want de meesten heb ik op de werkvloer nog nooit gezien. Bovenaan prijkte – met een dikke grijns – de bestuurder. Daaronder 3 echelons aan bedrijfsvoerders: een directeur bedrijfsvoering, een hoofd bedrijfsvoering en een manager bedrijfsvoering. Daaronder eindelijk een bekend gezicht: mijn direct leidinggevende, onze verpleegkundige teamleider. En helemaal onderaan, op een zijtak nog wel, stond ik, de psychiater.

En u vraagt zich af waar al die psychiaters zijn gebleven?

Wij hebben 6 jaar geneeskunde gestudeerd en daarna een vervolgopleiding van 5 jaar gedaan om medisch specialist te worden. Ik houd van mijn werk. Ik durf zelfs te zeggen dat ik over genoeg intrinsieke motivatie beschik om – geheel uit mezelf – goede zorg te willen leveren. Als mijn patiënt herstelt, al is het maar een beetje, dan ben ik blij. Maar nu begrijp ik dat er maar liefst 5 echelons aan bedrijfsvoerders – en hun secretaresses – nodig zijn om ons, zorgprofessionals, aan te sturen en de zorg mogelijk te maken.

Vraagt u zich nog steeds af waar al die psychiaters zijn gebleven?

Welnu. Net als ik, zijn veel van mijn collega’s de afgelopen jaren zzp of te wel ‘interim’ geworden. De vacatures worden wel gevuld, namelijk met zzp-psychiaters die het zat zijn om telkens de sluitpost van de organisatie te zijn. Er wordt in GGZ-land gesproken over een ‘interim probleem’. Laat u niet misleiden, dat is framing. Niet de interimmers zijn het probleem, maar de organisatie van zorg. GGZ-instellingen zijn te groot, te breed en te ingewikkeld geworden. En dat moet gemanaged. In 2015 was ‘zorgmanager’  de hardst groeiende beroepsgroep. En niet alleen in de GGZ hoor, lees vooral ook hoe het management de zorg in ziekenhuizen heeft overgenomen in deze  hilarische blog van neuroloog  Emile Keuter. Of bekijk op internet enkele organogrammen van grote zorginstellingen en je weet: alles draait tegenwoordig om de bedrijfsvoering. Dat, terwijl ons ‘product’ (ik heb het natuurlijk over goede, herstelgerichte zorg) ergens onderaan het prioriteiten lijstje bungelt.

De oplossing? Ten eerste, laat de GGZ afslanken. Er is geen psychiater tekort, maar GGZ teveel. Ten tweede, laat professionals doen waar ze goed in zijn. Zorgverleners verlenen zorg, bedrijfsvoerders voeren het bedrijf* en zorgverzekeraars verzekeren de zorg (en bemoeien zich niet met de inhoud). Tot slot: durf dat organogram eens om te draaien! Als je als organisatie goed voor je medewerkers zorgt, zorgen die goed voor de patiënten, en dat schijnt – ik druk me voorzichtig uit want ik heb er geen verstand van –  dat schijnt uitstekend te zijn voor de bedrijfsvoering.**

* Helaas, volledige zelfsturing schijnt ook dé oplossing niet te zijn. De zorg kan niet zonder managers , maar het mogen er wel veel en veel minder zijn!

**Dus. ? Wanneer kunnen we haar terugverwachten, onze secretaresse?

Lees meer
Remke van StaverenGeen psychiater tekort, maar GGZ teveel
stethoscoop-en-hart.png

De zorg: zinnig, zuinig én …

‘Waar we naar toe moeten, is zuinige en zinnige zorg.’ Een recente uitspraak van minister Schippers? Helaas niet. Minister Borst-Eilers, bijgenaamd de minister van zuinige zorg (hier een link naar https://www.groene.nl/artikel/minister-van-zuinige-zorg), zette de zinnige (effectieve) en zuinige (efficiënte) zorg in de jaren negentig al op de politieke agenda. En juist in dat ‘zinnige en zuinige’ schuilt de kern van het probleem.

Lees meer
Remke van StaverenDe zorg: zinnig, zuinig én …