HART voor de GGZ blog

IMG_4435.jpg

Monstertocht

Het kan je niet ontgaan zijn. Volgend weekend gaan weer 32 sportieve GGZ-teams sociaal rennen. De Socialrun is een monstertocht – estafette- en sponsorloop –  van 555 kilometers in 48 uur rondom het IJsselmeer met één missie: openheid over psychische aandoeningen. Want het hebben van psychische klachten is net zo gewoon, en net zo erg, als het hebben van lichamelijke klachten. Misschien nog wel erger zelfs.

Wil ik het hier over stigma hebben? Nee. Over de sportieve prestatie dan? Ook niet, al zie ik er – pfff –  zoals elk jaar wel een beetje tegenop (hoewel, er zijn mensen die 24/7 psychische klachten hebben, vergeleken daarmee is 48 uur sociaal rennen peanuts!). Waar ik het wel over wil hebben is over (persoonlijk) leiderschap en een betere, herstelgerichte GGZ. Over hoe ieder van ons daaraan kan bijdragen onder het motto #meedoeniswinnen.

Eerst maar even iets over leiderschap. Ik heb lang gedacht dat één iemand – ik zelf bijvoorbeeld – niet zo heel veel verschil kan maken. Daar moest je toch minstens uitzonderlijk voor getalenteerd zijn, dan wel over een natuurlijk charisma beschikken, of op zijn minst een aanstekelijke lach, zaken die mij van nature wat minder toebedeeld zijn.

Daar ben ik van terugkomen. De afgelopen jaren heb ik namelijk heel veel één iemanden ontmoet met prachtige ideeën, al dan niet ooit achter op een bierviltje genoteerd, die met een flinke dosis doorzettingsvermogen en veel enthousiasme werkelijkheid zijn geworden. Zoals? Nou, Elizabeth Vink-Vonk bijvoorbeeld, met PsyNet. Jeroen Kloet met het anti-stigma café. Anne Marsman met PsychoseNet. Rokus Loopik met de Living Museum. Wilma Boevink met HEE (herstel, empowerment en ervaringsdeskundigheid).  Irene van de Giessen, hersteltalent, die tegen alle weerstand in drie zelfregie centra in Zeeland opende. En zo kan ik nog wel even doorgaan…

Terug naar de Socialrun. Dit jaar doen er maar liefst 1000 mensen mee, verdeeld over 32 teams, vanuit het hele land. Wat de Socialrun zo bijzonder maakt, is dat iedereen, van hoogleraar psychiatrie tot secretaresse, cliënt en ervaringswerker, werkelijk iedereen, gelijkwaardig is. Om een team draaiende te houden hebben we ook echt iedereen nodig. Er moet gerend, gereden, gegeten, gesocialiseerd worden. Onder het lopen vinden de meest intieme gesprekken plaats, maar wie ‘helpt’ nou wie? Dat is toch Te Gek?!

Over Te Gek?! gesproken: kom gezellig naar het festival! Mijn vriendin, collega psychiater Dieneke Bloemkolk speelt er met haar band Dancing Barefoot – what’s in a name – de sokken uit je schoenen!

Mij inspireert het sociaal rennen in ieder geval om me elke dag weer in te zetten voor datgene waar ik in geloof, en ik geloof in zorg verlenen vanuit compassie én in een betere en meer herstelgerichte GGZ.

Ook bijdragen? Team HART voor HERSTEL gaat jouw bijdrage goed gebruiken!

Lees meer
Remke van StaverenMonstertocht
Frank.jpg

Een betere GGZ? Jij – ja jij! – maakt het verschil.

Binnenkort doen maar liefst 32 GGZ-teams van over het hele land mee aan de Socialrun. Een non-stop estafetteloop van ruim 555 kilometer in 48 uur, met als doel de bespreekbaarheid en begrip rondom psychische aandoeningen te bevorderen. In 2017 is ruim 68.000 euro toegekend aan 30 nieuwe, kleinschalige projecten. Weten welke? Je vindt ze hier.

Een fantastisch initiatief! En meedoen is winnen. Maar hoeveel mensen weten dat dit ooit het idee was van één man? Dat één iemand het verschil kan maken?

De man achter dit geweldige initiatief is Frank Bonekamp. Frank, van oorsprong bewegingsagoog en later casemanager bij een Forensisch ACT-team, wilde graag bijdragen aan herstelondersteunend werken in de ggz. Maar hoe? Op een dag had hij een idee: een sponsorloop. Zes jaar later is de Socialrun uitgegroeid tot een landelijk evenement. Hoezo heeft een enkeling geen invloed? Hoezo ben je te klein om iets te veranderen?

Ik weet niet hoe het jullie vergaat, maar als ik zie wat voor …eh… uitdagingen de GGZ voor staat, denk ik vaak vertwijfeld: ‘Wie ben ik? Wat kan ik nou? Als ik paperclips nodig heb moet ik al een aanvraag in drievoud indienen, bij wijze van spreken. Wachttijden? Een cultuuromslag? Pffff, laat een ander het maar oplossen. Iemand met invloed, de manager zorg, directeur behandelzaken, CEO van die grote GGZ-instelling en de staatssecretaris. Maar ik? Doei.

En dan zie ik weer wat Frank voor elkaar heeft gekregen, en al die andere mensen die zich dagelijks met hart en ziel inzetten voor een betere GGZ, dan denk ik: het klopt niet. Persoonlijk leiderschap, aan het roer staan en de eigen koers bepalen: jij en ik maken het verschil. Het zijn de grote, en de kleine dingen. Iedereen kan bijdragen. (Inspiratie nodig? Ik heb onlangs op deze site vlogs geplaatst van onze pitchavond HART voor HERSTEL)

En wil je bijdragen aan de Socialrun? Graag! Sponsor je lievelingsteam. Een betere, herstelondersteunende GGZ? Wij gaan er voor!

Lees meer
Remke van StaverenEen betere GGZ? Jij – ja jij! – maakt het verschil.
de-6-dingen.jpg

Dit zijn de 6 dingen die je kunt doen voor een betere GGZ

Begin september. Aan de start van wat gevoelsmatig een nieuw werkjaar is, ben je misschien vol goede voornemens van vakantie teruggekomen. Ik ga het voortaan zus doen, ik ga het voortaan zo aanpakken. Misschien ga je je baan wel opzeggen, het over een heel andere boeg gooien. Prima! Als je maar weet dat ook jij invloed hebt, sowieso op je eigen m2. Wij bepalen de cultuur, wij vormen de organisatie, wij zijn de GGZ. Werken met HART voor de GGZ? Hoe vaak hoor ik wel niet: ‘Ja, maar wie ben ik? Wat kan ik nou? Ik heb geen invloed…’ Onzin! Je bent Calimero niet!

Dit zijn de zes dingen die jij en ik vandaag al kunnen doen:

  1. Neem verantwoordelijkheid

Vind je ook dat de ggz beter kan? Wil je herstelondersteunend werken? Ga dan aan de slag! Waar je ook werkt, wat je ook doet, we zijn allemaal verantwoordelijk voor de kwaliteit van zorg en kunnen allemaal ons steentje bijdragen, hoe bescheiden of groots ook.

  1. Begin met het waarom (compassie)

‘Wat’ willen we bereiken? We willen mensen met psychische klachten helpen herstellen. ‘Waarom?’ Vanuit compassie. We voelen ons betrokken bij pijn en lijden, willen deze pijn en dit lijden helpen verlichten en zijn bereid ons daarvoor in te zetten. Voelen én doen.

  1. Zorg ook goed voor jezelf en elkaar (zelfcompassie)

Compassie begint met zelfcompassie. Laten we goed voor onszelf zorgen. En voor elkaar. Ook de organisatie waar we voor werken moet goed voor ons zorgen, en wij voor de organisatie. Dan kunnen we ook goed voor de cliënt en zijn naasten zorgen. En daar gaat het om.

  1. Hoe? Behandel de ander zoals je zelf behandeld wilt worden.

Hoe lever je zorg die zinnig, zuinig, maar bovenal zorgzaam is? Een mooie leidraad is: behandel de ander zoals jezelf behandeld wilt worden. Vraag het je cliënt, zijn naasten of de ervaringsdeskundige. En durf ‘burgerlijk ongehoorzaam’ te zijn als je denkt dat je cliënt daarbij gebaat is.

  1. Vertrouwen, vrijheid en verantwoordelijkheid.

We willen – tot op zekere hoogte – zelf kunnen beslissen wat nodig is, samen met de cliënt en zijn naasten. Meer vertrouwen, vrijheid en verantwoordelijkheid betekent minder controle, regels en administratie, meer tijd en meer plezier in ons werk. En dat levert weer goede zorg op.

  1. Ga gewoon aan de slag: ‘doe dan!’

Laten we vooral niet te lang blijven steken in: ’hoe dan?’ Dat is een valkuil. Van dromen en denken wordt de zorg niet beter. Wel van durven en doen. Kleine dingen maken al een groot verschil. Grote dingen komen daar uit voort.

Een cultuuromslag zit hem in de grote dingen: de structuur van een organisatie, werken vanuit compassie, meer vrijheid, vertrouwen en verantwoordelijkheid voor werkers in de zorg. Maar cultuur bestaat vooral ook uit al die “kleine” dingen: écht luisteren naar de cliënt en zijn naasten, present zijn, attent zijn, de juiste vragen stellen, met elkaar samenwerken. Jij en ik, wij maken het verschil. Het gaat om doen.

Lees meer
Remke van StaverenDit zijn de 6 dingen die je kunt doen voor een betere GGZ
DTD-Mitch_Matthews-072-Margaret_Heffernan-2.png

Voorbij het meetbare

‘We meten van alles, behalve wat echt telt. Cijfers – over productiviteit, ziekteverzuim, inkomsten, uitgaven, personeelsverloop – geven een illusie van controle. Maar wat zeggen die cijfers over datgene wat zorg tot goede zorg maakt? Over wat het geheim is van een succesvolle organisatie? Zaken die écht van belang zijn, lijken ongrijpbaar.’ Wijze woorden van de succesvolle Amerikaanse onderneemster Margaret Heffernan tijdens haar TED-talk ‘Voorbij het meetbare’ uit 2016.

Zaken die écht van belang zijn, lijken ongrijpbaar.

Met dat ongrijpbare, dat niet-meetbare, wordt vaak de cultuur bedoeld. De cultuur van een organisatie is dat wat iedereen doet, de vele kleine handelingen, allerlei gewoontes en keuzes, die op hun beurt gebaseerd zijn op hoe we denken en spreken over de dingen. En dat is belangrijk om ons te realiseren.

Wij bepalen de cultuur, wij zijn de organisatie.

Maar de cultuur wordt ook bepaald door de structuur. Willen we de cultuur veranderen, dan moeten we ons ook richten op de structuur, dus op de organisatie van zorg. Veel organisaties hebben een traditionele hiërarchische structuur, de beruchte pyramide. Een top-down structuur moet de organisatie beter bestuurbaar en beheersbaar maken.

‘In werkelijkheid,’ zegt Heffernan, ‘verslechtert een top-down systeem de positie van de meeste werknemers en draagt het de boodschap uit: jij staat onderaan de ladder en hebt niets te zeggen.’ Dat dit niet bevorderlijk is voor een open, rechtvaardige cultuur ligt voor de hand. Hoe groter de hiërarchie, des te minder zijn medewerkers bereid om eigen initiatief te tonen, of durven ze dit niet. Zo ontstaat er een angstcultuur.

Voordat je het weet is binnen een hiërarchische structuur elke vorm van samenwerking en communicatie geformaliseerd: ‘Nee sorry, niet mijn taak.’ ‘Paperclips? Daarvoor moet je bij de afdeling inkoop zijn. Het bestelformulier vind je op intranet.’ Wat ook niet klopt is dat juist de mensen die verantwoordelijk zijn voor de inhoud van zorg, de zorgprofessionals, onderaan de pikorde staan.

Dat klopt, zegt Heffernan, maar wil je de cultuur veranderen, richt je dan niet alleen op de structuur. Grote programma’s die een cultuurverandering moeten brengen, hebben een faalkans van maar liefst 70%. We moeten het hebben van kleine zaken – echt luisteren, vragen stellen, samenwerken – én grote zaken: werken vanuit compassie, meer vrijheid, vertrouwen, verantwoordelijkheid. Al die dingen bij elkaar maken het verschil. En iedereen heeft invloed, of je nu bestuurder, ICT-medewerker, verpleegkundige of schoonmaker bent.

Het zijn de grote dingen (de structuur van een organisatie, werken vanuit compassie, vrijheid, vertrouwen, verantwoordelijkheid) en de “kleine” dingen (écht luisteren, vragen stellen, samenwerken) die het hem doen.

Zie dat maar eens te meten.

Deze tekst verscheen eerder – in iets andere vorm – in het boek HART voor HERSTEL (de Tijdstroom, 2018)

Een aanrader:

Lees meer
Remke van StaverenVoorbij het meetbare